Rovos Rail 3 dagen Kaapstad naar Pretoria treinreisFully Inclusive>>klik hier voor prijzen/offerteZuid Afrika - Treinreis |
|
Activiteiteninlichting
MAANDAG
11h00 Vertrek van het station te Kaapstad.
Gasten kunnen zich opfrissen in hun suites voordat ze zich voegen bij de overige gasten in de zitkamerwagon in het midden of de bservatiewagon aan het einde van de trein.
13h00 De lunch wordt in de Eetwagon geserveerd. Voor iedere maaltijd klinkt een gong.
15h00 We rijden door Worcester op onze weg naar het dorp Matjiesfontein.
U gelieve er kennis van te nemen dat de vertrek- en aankomsttijden bij benadering zijn aangegeven en niet gegarandeerd kunnen worden.
De “Pride of Africa” vertrekt uit Kaapstad in noordelijke richting op zijn tocht van 1600 km (960 mijl) naar Pretoria en volgt met deftig gemak een voortrekkerspoor, dat 160 jaar geleden door het Afrikaanse bosveld werd gebaand.
Kaapstad is internationaal bekend voor de majestueuze schoonheid van Tafelberg. De stad wordt ‘Moederstad’ van Zuid-Afrika genoemd omdat het de plaats is waar de eerste Europeanen aankwamen en zich in Zuidelijk Afrika vestigden. Het subtiele samenspel van zee en berg, dat de Kaap van Goede Hoop kenmerkt, was er de oorzaak van dat de onversaagde ontdekkingsreiziger Sir Francis Drake het in 1580 “de eerlijkste Kaap in alle gebieden van de aardbol” noemde. Een beschrijving waarvan alle bezoekers zich instemmend bewust worden.
Hier, onder aan de 1000 m (3287 voet) hoge zandsteentop van Tafelberg, werd in 1652 door de Verenigde Oost-Indische Compagnie een verversingsstation opgezet om de schepen op weg van en naar de kruideneilanden van Indië (Indonesië en Malaya), te bevoorraden. De komst van de eerste Europeanen op Afrikaanse boden ontmoette weinig tegenstand van de enige menselijke bewoners van de Kaap, de geelkleurige Khoikhoi (oude naam: Hottentotten). Deze laatste afstammelingen uit het stenen tijdperk van het mensdom waren onschuldige toeschouwers, die al in 1713 waren gedecimeerd als gevolg van de Grote Pokkenepidemie.
De oostwaarts migrerende blanke boeren ontmoetten voor het eerst in 1702 zwarte stammen bij de Groot Visrivier, op een afstand van 700 km (420 mijl) vanaf Kaapstad – een ontmoeting van twee uiteenlopende culturen, waarvan de gevolgen zich vandaag nog bezig zijn te voltrekken.
Op de reis naar het noorden rijdt onze trein door de goed verzorgde wijngaarden van de West-Kaap naar de grimmige en ietwat spookachtige dorheid van de Groot Karoo.
In de buurt van Kaapstad is de vegetatie òf groengetint door de winterregen van de West-Kaap, een gebied dat zich mag verlustigen in een Mediterraans klimaat, òf bruinverbrand tijdens de lange hete zomer.
In de winter werpen de wijnstokken hun herfstbladeren af, waardoor de knoestige takken zo kaal lijken dat het onmogelijk schijnt dat daar ooit weer malse heerlijke druiven aan zullen groeien. Maar enkele maanden later, als de lente overgaat in de zomer rijdt de trein langs wijngaarden, die rijkelijk bedekt zijn met vruchten, waarvan van de beste wijnen ter wereld worden gemaakt.
Vanaf Paarl, in het hart van de wijnlanderijen, gaat de trein bijna onmerkbaar de hoogte in en bereikt tijdens de lunch het eerste bergterras en de stad Worcester (uitspraak: Woester). De spoorlijn vervolgt zijn weg door de wijngaarden van de Hexriviervallei. Deze vallei wordt omringd door een reeks aan het weer blootgestelde bergen, die ’s winters met sneeuw bedekt zijn. Mooie oude Kaap-Hollandse huizen liggen als stippen tussen het gestikte lapwerk van de wijngaarden als typische herinneringen aan de Amsterdamse woningen, waar veel van de vroegere bewoners vandaan kwamen.
Hierna gaat het naar het tweede terras (Touwsrivier) op een hoogte van ongeveer 1220 m (4000 voet) en de droge Karoo (een Hottentottenwoord). De verandering van landschap wordt onmiddellijk duidelijk. Het dramatische decor van de West-Kaapse glooiende bergen verdwijnt naar het zuiden nu de trein zich voortbeweegt naar de vlakke, droge vergezichten van het binnenland. De Karoo, die hoog ligt en uitzonderlijk droog is, bood soelaas aan de Victoriaanse tbc-lijders (tering).
Dit gebied was eens een enorme binnenzee. Over miljoenen jaren vormden zich stollingsgesteenten, die als slib op de zeebedding werden neergelegd in wat nu door geologen het Karoostelsel wordt genoemd.
De trein vindt nu stukje bij beetje zijn weg naar de grote centrale ruggengraat van Afrika, die zich op een gemiddelde hoogte van 1200 m (4000 voet) boven zeespiegel, helemaal uitstrekt tot in Ethiopië. De rand van de rotswand van dit gebergte is altijd dramatischer aan de oostzijde ven het continent dan aan de westzijde ervan.
David Livingstone, de eerste serieuze waarnemer die van Luanda in het westen tot aan de monding van de machtige Zambezi aan de oostelijke zeebedding over het Afrikaanse continent liep, was de eerste onderzoeker die dit fenomeen opviel. Hij maakte een boeiende dwarsdoorsnede van Afrika in zijn eerste boek “Missionary Travels and Adventures in South-eastern Africa”.
Activiteiteninlichting
18h00 Uitstappen in Matjiesfontein. Passagiers hebben 1 uur de tijd om door dit ouderwetse dorp te wandelen. (Voor een drankje bevelen wij de kroeg van het Lord Milner Hotel aan).
20h00 Vertrekken uit Matjiesfontein.
Het diner wordt in de eetwagon geserveerd. ’s Avonds wordt op de “ Pride of Africa” formele dracht gedragen. Een overhemd en das zijn het
minimum.
Het historische gehucht Matjiesfontein biedt de passagier even bevrijding van de binnenkant van de trein. In dit dorp zette Laird Logan honderd jaar geleden een klein verversingshotel op voor de hongerige en dorstige reizigers van de Cape Government Railways (CGR). Majoor Buist, een nakomeling van Logan, woont hier nu nog.
Hier is een authentiek Victoriaans spoorwegdorp bewaard gebleven. Er gaat een legende dat de geest van een gewonde Britse “Tommy” uit de Anglo-Boerenoorlog dit dorpje van tijd tot tijd bezoekt.
Het gracieuze oude hotel is vernoemd naar de vaak belasterde Britse imperialist, Lord Milner. Nadat hij een lang leerlingschap ondergaan had onder Lord Cromer, de Britse ‘agent’ in Cairo, werd hij door de toenmalige Britse minister voor koloniën, Joe Chamberlain, in 1898 benoemd tot Hoge Commissaris voor Zuid-Afrika. Hij drong er bij Paul Kruger, de president van de oude Transvaalse Republiek, op aan om het stemrecht uit te breiden tot de “Uitlanders” (de Afrikaanse term voor buitenlanders), die tenslotte ook belasting betaalden en ruim 12 jaar in de Transvaal hadden gewoond. Kruger weigerde botweg zijn Republiek met anderen te delen, een houding, die aanleiding werd voor de verklaring van de Anglo Boerenoorlog in 1899.
Na zijn korte oponthoud te Matjiesfontein gaat de “Pride of Africa” nu aan op Beaufort-Wes, dat slechts enkele uren verder ligt. Deze stad werd in 1818 gesticht door de toenmalige gouverneur van de Kaap, Lord Charles Somerset, en werd genoemd naar zijn vader, de hertog van Beaufort.
Kort na het passeren van Beaufort-Wes gaat de trein door Drie Susters, een drietal koppies of ronde, uitgeholde heuvels, die welbekend zijn aan alle geroutineerde reizigers in Zuid-Afrika, die over de weg of per trein naar het noorden reizen.
Een klein eindje naar het noorden ligt het rustige dorpje Victoria-Wes. Waar het eens het bloeiende centrum was dat in de jaren 1930 dienst deed as vulstation voor alle vluchten van Imperial Airways tussen Londen en Kaapstad, is het dorp nu weer tot haar oorspronkelijke plattelandse rust teruggekeerd. In onze dagen van supersonisch luchtverkeer is het de moeite waard te vermelden dat de reis in de 1940’s tien dagen duurde. De vliegtijd bleef beperkt tot de uren dat het licht was. Passagiers en bemanning overnachtten aan de grond.
AFSTANDEN Plaats tot plaats Cumulatief
Kaapstad - Matjiesfontein 314 km
Matjiesfontein - Kimberley 723 km 1037 km
Op de reis door de Karoo is de volgende stad, die de trein passeert, De Aar. Dit is een belangrijk knooppunt met Namibië en de noordelijke Kaapse spoorlijn.
De grote kudden springbokken, die hier 150 jaar geleden leefden, zijn vervangen door schapen, een van de weinige diersoorten, die kunnen overleven op het laagliggende struikgewas, dat zo kenmerkend is voor de vegetatie van de Karoo. De springbokken, de “Antidorcas Marsupialis”, migreerden eens in kudden van tot 40.000 dieren door de Karoo, aldus de waarneming van Livingstone. Hij schreef toen: “Het is waarschijnlijk dat zij, niettegenstaande de voortgaande vernietiging door vuurwapens, hun plaats nog lang zullen blijven innemen”. Hoe zat hij er hiermee naast! Het is vandaag een zeldzaamheid een springbok in het wild te zien buiten de omheining van een wildboerderij of –reservaat.
Activiteiteninlichting
DINSDAG
07h00 Tot 10:00 wordt het ontbijt in de Eetwagon geserveerd.
12h00 Aankomst te Modder Rivier. Indien de tijd het toelaat, stappen we hier uit en gaan per bus/combi voor de lunch naar de Kimberley Club, gevolgd door een stadstour met een bezoek aan het ‘Groot Gat’, het Mijnmuseum en een ritje door de stad in een historische tram.
16h00 De trein vertrekt uit Kimberley.
16h10 Tien minuten nadat we Kimberley achter ons hebben gelaten, zien we aan de linker voorzijde van de trein een grote pan (een vlak meert). In de meeste gevallen krijgen we daar een spectaculair gezicht van flamingo’s (± 23.000).
20h00 Het diner wordt in de eetwagon geserveerd als we op weg naar Klerksdorp door Bloemhof en Leeudoringstad rijden.
In Kimberley rijdt de “Pride of Africa”een van de mooiste Victoriaanse spoorwegstations in Afrika binnen. Het is een product van de hoogtijdagen van de spoorwegen in de 1870’s. De gietijzeren steunbalken omgeven door glaslichten over de perrons en roepen de ingewikkelde patronen van een voorbije tijd op.
De passagiers worden voor een bezoek naar de Kimberley Club gebracht, het trefpunt van de grote diamantmagnaten uit Kimberley’s Belle Epoque (goede dagen), de tijd van 1867 tot 1889. Onder deze groten moeten mannen genoemd worden als Rhodes, Barnato en Beit, die allen een ongelofelijke rijkdom uit diamanten hebben verworven.
Met de ontdekking van goud aan de Witwatersrand in 1886 en de consolidatie van het diamantbedrijf door Rhodes en De Beers in 1888, ebde het getij van welvaart van Kimberley weg om er nooit weer terug te keren. Het blijft overigens een alleraardigste stad, die door de jaren heen in veel opzichten onveranderd is gebleven. Dat is te danken aan de aanwezigheid van De Beers, ’s werelds grootste gespecialiseerde diamanthandelsmaatschappij. Het hoofdkantoor van De Beers Consolidated Diamond Mines is nog steeds in Stockdalestraat in Kimberley. Ieder jaar komen de directeuren en aandeelhouders van het oudste monopolie ter wereld uit hun woonplaatsen New York, Zürich, Hong Kong, Amsterdam en elders hierheen voor de jaarlijkse algemene vergadering van de maatschappij.
Kimberley was een new de Zuid-Afrikaanse steden, die door de Boeren werden belegerd tijdens de Anglo-Boerenoorlog (1899). Het Britse leger trachtte de stad onder aanvoering van Lord Methuen bevrijden, maar leed twee ernstige verliezen in de veldslagen van Modderrivier (28 november 1899) en Magersfontein (11 december 1899). Het beroemde Black Watch (zwarte wacht) regiment leed verschrikkelijk tijdens deze veldslagen, waar ze blootgesteld waren aan de intense hitte en niet in staat bleken te vorderen of terug te trekken onder het vernietigende Mauservuur van de Boeren. Uiteindelijk braken ze op en vluchtten, een schandelijk verlies dat ertoe leidde dat het beleg nog twee maanden langer duurde. Onder hen, die het beleg in de stad overleefden, was ook Rhodes.
Passagiers brengen ook een bezoek aan het Diamantmuseum, een zeer interessante en zorgvuldig geconstrueerde uiteenzetting van historische gedenkwaardigheden. Het museum is gelegen bij het ‘Groot Gat’, de grootste door mensen gemaakte uitgraving ter wereld.
Deze verstommende uitgraving was eens de plaats van een klein heuveltje waarin diamanthoudende “blauwe aarde”, het Kimberley-erts, werd ontdekt. Letterlijk duizenden concessies werden afgezet toen voornemende ontginners uit alle uithoeken van de aardbol hun fortuin kwamen zoeken. Miljoenen tonnen erts werden verwijderd naarmate de schatgravers hun zoektochten honderden meters onder het grondoppervlak voortzetten.
Heel weinig van deze vroege gravers hadden er enig benul van hoe diamanten ontstonden. Diamanten werden ongeveer 90 miljoen jaar geleden onder onvoorstelbare hitte en druk op een diepte van 200 km onder het aardoppervlak gevormd. Koolstof werd omgezet in diamant, de hardste substantie die de mens kent.
Het is kenmerkend dat vulkanische activiteiten hand in hand gaan met het toenemende gewicht van water in een meer of zee. De bodem van de Karoozee verzakte onder het gewicht van het water en brak de aardkorst, waardoor het magma (de vloeibare aardlaag) uit de diepten omhoog kon komen, en zo een vulkanische pijp of ‘keelgat’ kon vormen. Dit proces zet zich vandaag nog voort in centraal Afrika, waar de vulkanische activiteit van de Ruwenzori Bergen in Uganda een gevolg is van het gewicht van het water in de Rift Valleymeren.
AFSTANDEN Plaats tot plaats Cumulatief
Matjiesfontein - Kimberley 723 km 1037 km
Kimberley - Johannesburg 493 km 1530 km
Nadat we de diamantstad hebben verlaten, rijdt de trein door Warrenton, vernoemd naar Sir Charles Warren, die in 1885 een expeditie leidde, die het Betsjuanaland Protectoraat, het tegenwoordige Botswana, annexeerde. Deze Sir Charles Warren was ook verantwoordelijk voor de Britse militaire nederlaag bij Spioenkop in Nataal in januari 1900. Hij had meer geluk dan zijn tijdgenoot generaal Gordon, die in datzelfde jaar aan het andere eind van Afrika vocht!
De “Pride of Africa” verlaat nu uiteindelijk de Noordelijke Kaap en de Oranje Vrijstaat als ze over de Vaalrivier de provincie Gauteng binnenrijdt. Zo klimt ze langzaam maar zeker in de richting van de wolkenkrabbers van Johannesburg, de grootste stad in Afrika ten zuiden van de Sahara. Op de hoogvlakten van de Witwatersrand, zo’n 1800 m (6000 voet) boven zeespiegel, werden kort voor het begin van de 20e eeuw de grootste goudvelden uit de geschiedenis ontdekt.
Activiteiteninlichting
WOENSDAG
07h00 – 10h00 Ontbijt wordt in de eetwagon geserveerd
08h00 We rijden door Krugersdorp
09h00 We rijden door Johannesburg
10h00 Aankomst te Centurion. Verwisseling van locomotieven
11h30 Aankomst bij Rovos Spoorwegstation te Capital Park, Pretoria
Voor 1886 wordt het gebied waar Johannesburg nu ligt op landkaarten slechts aangeduid als een reeks beboste bergruggen, waaruit een paar kleine stroompjes ontsprongen. Toen er goud aan de Witwatersrand werd ontdekt, groeide een levendige tentenstad snel uit tot een stad van beschaving en werd zo vervolgens een dynamisch handels- en financieel centrum. Het is nu de hoofdstad van de provincie Gauteng (Tot voor kort was deze streek beter bekend als het PWV gebied, d.w.z. Pretoria-Witwatersrand-Vereeniging). Gauteng (uitgesproken met een keel-G) is de kleinste en rijkste van de negen regio’s, die krachtens Zuid-Afrika’s Constitutie van 27 april 1994 werden gevormd. De naam is een Sotho stamverbastering van het Afrikaanse woord voor ‘goud’.
Het gouddragende hoofdrif werd voor het eerst aangeboord door een rondtrekkende prospecteerder George Harrison, toen hij struikelde over een boven de grond uitstekende goudader. Zijn “Discoverers Claim” is te zien in een park dat vier kilometer ten westen van het stadscentrum ligt, waar ook nog duidelijk het zanderige ‘samenraapsel’ van kwarts te zien is, dat de fijne goudstof zo’n 2700 miljoen jaar vasthield.
De enorme natuurkrachten zijn verantwoordelijk geweest voor het voortbrengen van het kostbare goudmetaal, dat vandaag zo belangrijk is voor de Zuid-Afrikaanse economie. Vulkanische rots, die diep in de aarde gevormd was, werd geschuurd en erodeerde honderden miljoenen jaren door grote hoeveelheden water. Het goud kwam vrij door de weerbarstige greep van het stollingsgesteente en spoelde zuidwaarts, waar het voor zeer lange tijd door een reeks gefossiliseerde stranden werd vastgehouden.
Een grote en geweldige beroering, die wellicht samenhangt met het uiteen breken van de continenten, maar waarschijnlijker nog, door een meteoriet die de aarde trof, drukte dit diep bezonken strand omhoog, waardoor het weer in een hoek van 35 graden naar het zuiden kon inzakken.
Eeuwen later kwam de mens in een van de grootste wonderen van de natuur wroeten – een bijna onuitputtelijke voorraad goud – een schitterende en in hoog aanzien staand bezit, dat door de voornaamste landen van de wereld in grote hoeveelheden veilig wordt bewaard.
De goudvelden van de Witwatersrand – die zich met een mooie boog over een gebied van 120 km (72 mijl) van Benoni tot Krugersdorp uitstrekt – bleken vanaf hun ontdekking in de vroege dagen van 1886 uniek te zijn. De hoeveelheid goud in de erts was en blijft nog steeds laag, maar het gehele reservoir van gouddragende erts schijnt onbeperkt te zijn. Deze twee factoren bepaalden ook het profiel van de goudmijnindustrie in Zuid-Afrika. In tegenstelling tot de diamantindustrie, die grote magnaten als Rhodes en Barnato tot aanzien brachten, kan déze industrie niet door één enkele persoon worden geleid. Slechts een mijnbouwhuis met verschillende grote aandeelhouders kan het kapitaal genereren dat nodig is voor het succesvol ontginnen en verwerken van de grote hoeveelheden erts, waaruit tenslotte slechts kleine hoeveelheden goud worden gehaald.
Getuigen van de omvang van de mijnwerkzaamheden, die over de jaren zijn uitgevoerd, zijn de mijnhopen van Gauteng, waarvan velen nu verdwijnen omdat ze met gebruikmaking van geavanceerde technologie verwerkt worden om kleine hoeveelheden goud te winnen, die aan de minder nauwkeurige methoden van voorheen ontsnapt zijn.
De diepste mijnen ter wereld liggen in Zuid-Afrika 4,7 km (3 mijl) onder het aardoppervlak. Het zijn gewoonlijk mijnbouwhuizen die in beheer zijn van veel mijnen teneinde het financiële risico te beperken en te profiteren van de schaalvergroting.
Het vermalen van de erts is slechts de helft van de zaak. De andere helft is de onttrekking van de erts in vaak moeilijke omstandigheden en vele kilometers onder de grond, waarbij gebruik gemaakt wordt van goedkope arbeid, die wordt verricht door grote getallen lichamelijk geschikte mannen vanuit heel Zuidelijk Afrika en in het bijzonder uit Mozambique.
Ondanks hun omvang treden de mijnbouwhuizen op als ondernemers, die nieuwe vindplaatsen opsporen, grondige haalbaarheidsonderzoeken doen en de economie van het land gaande houden ter wijl zij het goud aan de aarde onttrekken. Namen als Anglo American, Anglo Vaal, JCI en Gold Fields bepalen de Johannesburgse Beurs en gevolglijk ook de economie van Zuid-Afrika.
De harde realiteiten, die het onttrekken van goud aan het weerbarstige erts met zich meebrengen, worden duidelijk in het ontbreken van esthetische schoonheid in Johannesburg. In een stad, die slechts even over de 100 jaar oud is, zijn nog maar vier gebouwen van voor 1900.
Tòch wordt de levendigheid van de stad onmiddellijk duidelijk. Ze is robuust en zonder pretenties, een mengelmoes van de maalstroom van stammen en technologische vernieuwingen in de regio waarvan de naam de aard van zijn welvaart weergeeft – Gauteng, de plaats van goud. Zuid-Afrika dankt zijn ontwikkeling aan goud. De 600 ton kostbaar metaal, die elk jaar door de mijnbouwhuizen wordt geproduceerd heeft de weg gebaand, direct of indirect, voor de industrialisering en modernisering van een traditionele Afrikaanse maatschappij. Met een nieuwe en democratische regering heeft Zuid-Afrika vandaag de dag zijn rechtmatige rol als stuwende kracht van het Afrikaanse continent ingenomen.
Als de “Pride of Africa” Johannesburg verlaat, verliest hij langzaam hoogte op zijn oostelijke weg naar Kemptonpark, een rustig stadje dat tegen Johannesburg International Airport aan ligt.
Het einde van de reis is het privé-station van Rovos Rail bij Capitalpark, Pretoria. Oorspronkelijk werd dit complex door de Suid-Afrikaanse Spoorweë gebruikt als onderhoudswerkplaats. Rovos Rail herbouwde het in zijn geheel in 1999. Het terrein is zó ontwikkeld dat het de volmaaktste faciliteit voor een privé-trein in de wereld vormt.
Pretoria, dat als “Jakarandastad” bekend staat vanwege de duizenden jakarandabomen die in rijen langs de brede stadsstraten staan, werd in 1855 gesticht door Marthinus Wessels Pretorius, zoon van een van de oorspronkelijke Voortrekkers, Andries Pretorius.
De stad en zijn omgeving vormen een massieve fries, die de ontwikkeling van het Afrikaanse volk en zijn interactie met andere culturen, markeert. Twee gebouwen, die de horizon van Pretoria beheersen, zijn de Uniegebouwen, ontworpen door Sir Herbert Baker, die dienen als administratief hoofdkwartier van de Regering, en het Voortrekkermonument, een massieve granieten gedenkteken ter herdenking van de Voortrekkers.
Pretoria werd in 1860 aangewezen tot hoofdstad van de Zuid-Afrikaansche Republiek en werd in 1920 de administratieve hoofdstad van de Unie van Suid-Afrika. Het behield deze status toen Zuid-Afrika in 1961 een Republiek werd.
AFSTANDEN Plaats tot plaats Cumulatief
Kimberley - Johannesburg 493 km 1530 km
Johannesburg - Pretoria 70 km 1600 km
Prijzen t/m september 2011:
Pullman Suite: € 1195,- p.p. op basis van 2 personen
DeLuxe Suite: € 1775,- p.p. op basis van 2 personen
Royal Suite: € 2375,- p.p. op basis van 2 personen



Stuur deze reis door



