Voor een vlucht naar Noorwegen ben je al druk voordat je bent vertrokken: handbagage afwegen, vloeistoffen in een zakje, op tijd inchecken en hopen dat er geen vertraging komt waarvoor je achteraf een formulier moet invullen. Bij treinreizen door Noorwegen valt dat grotendeels weg. Je stapt in met de tas die je toch al had gepakt, zonder gewichtslimiet die je aan de balie nog moet herschikken, en zonder de vraag of je shampoofles wel onder de honderd milliliter blijft. De reis begint zodra je op het perron staat, niet zodra je door de securitypoortjes bent.
Geen kilo's tellen bij de balie
Wie weleens gezocht heeft op hoeveel handbagage een bepaalde maatschappij toestaat, weet dat het per airline verschilt en soms zelfs per type ticket binnen dezelfde maatschappij. Een kilo te veel kan betekenen dat je aan de balie moet bijbetalen of spullen moet herverdelen tussen tassen, met een rij mensen achter je die ook willen inchecken. Bij de trein speelt dat niet. Er is geen weegschaal bij de deur en niemand kijkt naar het aantal liter van je rugtas.
Dat betekent niet dat je zomaar tien koffers meesleept, maar de ruimte is simpelweg ruimer en de regels zijn losser. Een extra trui voor de kou bij de fjorden, een paar stevige wandelschoenen naast je gewone schoenen, of een powerbank waarvan je de milliampère-uren toch nooit precies weet: het past gewoon, zonder dat je van tevoren de site van de maatschappij hoeft te checken op toegestane afmetingen en gewicht, en zonder dat je thuis nog moet wikken en wegen welke spullen wel en niet meegaan.
Geen vroege wekker voor de gate
Voor een ochtendvlucht sta je al ruim voor zonsopgang op, want twee tot drie uur van tevoren aanwezig zijn is bij de meeste luchthavens de norm zodra het druk is. Daarna volgen de rijen bij de bagagedrop, de security en soms nog een paspoortcontrole, voordat je uiteindelijk bij de gate zit te wachten op boarding, vaak met weinig meer te doen dan kijken of het bordje al verandert.
Bij de trein is die hele voorfase er niet. Je loopt het station in, checkt het perronnummer en stapt in, vaak een kwartier voor vertrek. Er is geen gate die op een vast tijdstip sluit en geen personeel dat je tegenhoudt omdat de deuren al dicht zijn. Voor een reis naar Noorwegen betekent dat een rustiger begin van de dag, zonder de stress van net op tijd door de laatste controle glippen. Wie liever nog rustig een ontbijt neemt voordat het vertrekt, heeft daar op een station meer ruimte voor dan tussen twee gates door.
Wat een vertraging onderweg anders maakt
Vertraging bestaat ook bij de trein, dat is geen geheim, maar de gevolgen voelen anders. Mis je bij het vliegen je aansluitende vlucht, dan begint het gedoe met omboeken, wachten op een volgend toestel en eventueel een compensatieformulier invullen achteraf. Bij een treinreis met meerdere overstappen, zoals in Noorwegen gebruikelijk is tussen bijvoorbeeld Oslo, Myrdal en Flåm, is er vaker gewoon een volgende trein dezelfde dag, en zit je ondertussen nog ergens met uitzicht in plaats van in een wachtruimte zonder ramen, wat een gemiste aansluiting een stuk minder vervelend maakt om te verwerken.
Reisorganisaties die treinrondreizen door Noorwegen aanbieden, houden hier ook rekening mee: reserveringen en aansluitingen worden voor je geregeld, inclusief de boot die vaak onderdeel is van de route. Dat scheelt zelf uitzoeken welke trein nog haalbaar is als er ergens iets tegenzit, en je hebt in elk geval altijd al een zitplaats vastgelegd voor de langere stukken, ook als je door omstandigheden een dag moet schuiven in je planning.
De route zelf is het deel dat je bij vliegen mist
Wie naar Noorwegen vliegt, ziet vooral wolken en, met een beetje geluk, een glimp van de kust vlak voor de landing. Bij de trein is de route zelf het programma. De Bergensbanen tussen Oslo en Bergen telt onderweg meer dan 180 tunnels en klimt naar ruim 1.200 meter hoogte, over een gebied waar het tot diep in de zomer kan sneeuwen. Vanaf Myrdal daalt de Flåmsbana af naar het dorpje Flåm, met uitzicht op watervallen die daar rechtstreeks langs de trein naar beneden komen.
In Flåm gaat de reis vaak verder per boot, de fjorden op, waar de bergen aan weerszijden bijna loodrecht uit het water oprijzen. Niets hiervan zie je vanuit een vliegtuigstoel op tienduizend meter hoogte. Het is een deel van de vakantie dat bij vliegen simpelweg wegvalt, en bij een treinreis er standaard bij hoort zonder dat je er iets voor hoeft bij te boeken. Dat zit al in de route besloten, van het eerste station tot de laatste fjordboot.
Aankomen zonder jetlag van de reis zelf
Noorwegen ligt niet in een andere tijdzone dan Nederland, dus een jetlag in de klassieke zin krijg je toch al niet. Maar iedereen die weleens moe van een vroege vlucht op een bestemming aankwam, kent het andere soort vermoeidheid: die van het reizen zelf, van vroeg opstaan, wachten en jezelf verplaatsen zonder dat het als iets prettigs voelt. Die vermoeidheid heeft niets met de tijdzone te maken, en alles met de manier waarop de reis zelf is ingericht.
Bij de trein bouwt die vermoeidheid zich anders op, of blijft grotendeels weg. Je bent de hele dag onderweg geweest, maar hebt ondertussen gegeten, gelezen, geslapen of gewoon naar buiten gekeken, in plaats van in een rij te staan. Wie op deze manier in Noorwegen aankomt, begint de vakantie meestal al bij het instappen, niet pas op de plek van bestemming zelf. Dat is een klein verschil op papier, maar merkbaar in hoe fris je de eerste dag daadwerkelijk bent.